Het orgel van Rhoon

De Dorpskerk van Rhoon vormt al jarenlang de muzikale thuisbasis van Gerard. Hier leerde hij het vak, hier ontwikkelde hij zijn muzikale stijl, en nog altijd is hij als organist aan de kerk verbonden. Het instrument waarop hij speelt heeft een verhaal van zichzelf: een Van Vulpen-orgel uit 1972, gebouwd in een oudere orgelkas en met pijpwerk dat al ruim anderhalve eeuw eerder in deze kerk klonk.

Gerard_Rhoon_juli26_48_2026

Een laat begin

De kerk is aanzienlijk ouder dan het orgel. Al in 1430 beschikte Rhoon over een kapel met toren (het huidige koor) die omstreeks 1500 werd uitgebreid met een schip. Toch kreeg de kerk pas in 1807 voor het eerst een orgel ter ondersteuning van de gemeentezang. Orgelbouwer Jan Pieter Schmidt begon aan het werk maar overleed tijdens de bouw; zijn zoon Johan Christoffel voltooide het instrument. Op 7 februari 1808 werd het in gebruik genomen: één klavier, een aangehangen pedaal en negen registers.

Van dit orgel is helaas nauwelijks iets bewaard gebleven. Wie een indruk wil krijgen van de klank die het gehad moet hebben, kan terecht bij ander werk van Schmidt. Het meest tot de verbeelding spreekt het orgel van de Brugkerk te Waddinxveen, eveneens uit 1808 en later uitgebreid met een vrij pedaal, al verloor dat instrument in de tweede helft van de twintigste eeuw veel van zijn oorspronkelijke karakter.

In Rhoon was het Schmidt-orgel geen lang leven beschoren. Bij de brand van 1905 ging de toren van de kerk verloren en raakte ook het orgel onherstelbaar beschadigd. In 1912 bouwde Van der Kley een nieuw instrument: opnieuw één klavier, electro-pneumatisch van aard, met acht registers op het manuaal en twee op het pedaal. Van hoogwaardige kwaliteit bleek het niet te zijn.

Gerard_Rhoon_juli26_06_2026
Gerard_Rhoon_juli26_11_2026

Nieuw orgel met oude wortels

In 1971 kreeg Gebr. Van Vulpen orgelbouwers opdracht voor een nieuw orgel. Adviseur Lambert Erné overleed tijdens de bouw, waarna zijn zoon Hans het adviseurschap overnam. Op 20 december 1972 werd het instrument in gebruik genomen; de Schalmey 4' van het pedaal volgde pas later.

Van Vulpen behoorde in die jaren tot de meest vooraanstaande orgelbouwers van Nederland. Kenmerkend voor het bouwen in die periode was een strikte navolging van de neobarokke principes: een volledig mechanische speelaard, een boventoonrijk en kleurrijk klankbeeld, directheid van klank en een strakke windvoorziening. Gebruikelijk was ook dat alle materialen nieuw werden vervaardigd. Binnen dat ideaal acteerde Van Vulpen op het hoogste niveau, getuige de orgels in de Bergkerk te Amersfoort (1955), de Cunerakerk te Rhenen (1957), de gereformeerde kerk van Nieuwendijk (1960), de Barnabaskerk te Apeldoorn (1961) en de Hoflaankerk te Rotterdam-Kralingen (1966).

Juist daarom is Rhoon bijzonder. Het nieuwe orgel werd gebouwd in de bestaande kas van Van der Kley, en Van Vulpen hergebruikte pijpwerk van Schmidt dat bewaard was gebleven en al door Van der Kley was ingezet. Ook een deel van het pijpwerk van Van der Kley bleek goed genoeg om opnieuw dienst te doen.

Dat hergebruik van een oudere kas én negentiende-eeuws pijpwerk markeert een uniek moment in de Nederlandse orgelbouw. Met het orgel voor Rhoon was Van Vulpen in 1972 een van de eersten, zo niet de eerste vooraanstaande bouwer, die bij een nieuw instrument weer historisch georiënteerd te werk ging. Dat blijkt ook uit de keuze voor een legering met een voor die tijd zeer hoog loodgehalte, en uit het feit dat het orgel bij oplevering niet gelijkzwevend was gestemd.

Tegelijk hield Van Vulpen vast aan de idealen van de neobarok. Dat klinkt door in de dispositie, en dan vooral in het borstwerk. Sinds de oplevering is die ongewijzigd gebleven:

Hoofdwerk: Bourdon 16', Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Spitsfluit 4', Octaaf 2', Mixtuur IV-VI sterk (2'), Trompet 8'

Borstwerk: Gedekt 8', Roerfluit 4', Gemshoorn 2', Nasard 1 1/3', Sesquialter II sterk, Scherp II-III sterk, Regaal 8'

Pedaal: Subbas 16', Octaaf 8', Fagot 16', Schalmey 4'

De orgelkas kreeg haar huidige aanzien in 1996, met een crèmekleurige verf en accenten van bladgoud. Het orgel is ongelijkzwevend gestemd volgens "Neidhardt kleine Stadt".

Een instrument met verschillende gezichten

Het resultaat is een markant en veelzijdig instrument. Wie selectief en met een goed oor gebruikmaakt van de dispositie, kan er werk uit uiteenlopende stijlperiodes overtuigend en historisch verantwoord op presenteren. Dat geldt in het bijzonder voor de Noord-Duitse school van de zeventiende en achttiende eeuw, muziek van en rondom Bach, de galante periode en componisten uit de neobarokke traditie als Distler, Micheelsen en Kluge.

Het is dan ook geen toeval dat dit orgel voor Gerard een bijzondere betekenis heeft. Vanuit deze vaste basis begeleidt hij koren, verzorgt hij concerten en deelt hij zijn ervaring in zijn eigen lespraktijk. Het blijft een genot om dit instrument te bespelen en die geestdrift draagt hij graag op u over.

Wil je een keer spelen in De Dorpskerk van Rhoon?